het huis van betekenis
het huis van betekenis
community

Mark Schalken

Gulliver: inktschilderwerk (foto: Hapé Smeele)
Wees mijn vriend: schilderperformance en iinstallatie (PuntWG, Amsterdam 2010)
De tak (expositie Fort Asperen)
Performance tijdens artist-in-residence 'Boeddha in de Linie'
Druksels voor de Iona Stichting (samen met Aiden Wong en Albert Hennipman)
Touch me one more time (inkttekening)
Fernando (tekening 50x70 cm)

Kunstenaar, ontwerper, oprichter HvB

 

Al ruim twintig jaar werken Albert Hennipman en ik samen onder de naam De Ruimte ontwerpers. We ontwerpen boeken, tijdschriften en websites – communicatiemiddelen waarin de verhalen van mensen en organisaties centraal staan. Naast grafisch ontwerper ben ik beeldend kunstenaar en, sinds 2018, co-founder van Het Huis van Betekenis.

 

Waarom moest HvB er komen?

We houden beiden al jaren van het medium tekenen en vonden het belangrijk dat er een plek kwam waar tekenaars samenwerken: jong en oud, met vrij werk en in opdracht. Het is een spannend en intensief proces, want het vraagt tijd en vertrouwen om een community op te bouwen, een pand in te richten en rendabel te maken, en om een goed activiteitenprogramma op te bouwen. Maar dat is waar ons hart ligt: bij de verbeelding en de maatschappelijke dimensie van creativiteit.
Daarbij kan ik mijn ontwerpervaring kwijt in het ontwikkelen van de HvB-huisstijl, inclusief deze website en een eigen, geschilderd lettertype: Brede Kwast.

 

Wat is tekenen voor jou?

Ik ontwerp in opdracht en teken autonoom. Wat elkaar wel beïnvloedt, maar een ander soort energie is. Tekenen is voor mij een spirituele oefening in openheid, geïnspireerd door het zenboeddhisme. Allerminst zweverig; want tekenen is een lichamelijke handeling. Als ik opga in het tekenen, vallen mijn aanvankelijke ideeën en concepten weg – dan voelt mijn hand zich zo vrij dat ik me overgeef aan dat fysieke, onbekende proces.

Tekenen is ook het meest sensuele expressiemiddel dat ik ken. De gevoeligheid van de lijn is je halve verhaal en draagt de tekening. En terwijl je tekent, wordt de wereld opnieuw geschapen. Ik houd van eenvoud, of het nu gaat om het proces, de middelen of het resultaat… Voor mij is het eindbeeld geslaagd als het eenvoudig blijft maar veel oproept. Als het uitnodigt om beter te kijken.

 

Vaak werk ik vanuit mijn binnenwereld en het proces. Maar het afgelopen jaar ook naar waarneming, bijvoorbeeld met de Braziliaanse danser-choreograaf Fernando Oliveira als model. En ik tekende mijn vader in zijn laatste weken, op zijn sterfbed. Dan is tekenen je openstellen voor het mysterie van wat je ziet – hier, nu. Daarnaast werk ik graag monumentaal, waarbij ik de brug sla naar de derde dimensie – ruimtelijkheid – of de vierde dimensie: beweging, dans.

 

Jouw voorbeelden?

Vanuit mijn jeugd striptekenaars als Hein de Kort die lekker bruut kliederen. Frederick Frank, die tekent door één te worden met wat je ziet – zen! Voormalig Cobra-lid Pierre Alechinsky: sublieme penseelvoering op monumentaal formaat. Jean Cocteau, David Hockney en Keith Haring: rastekenaars met oog voor het mannelijk lichaam. Het werk van Marlene Dumas: tussen concept en intimiteit. Rembrandt, Van Gogh, John Berger… en zo kan ik doorgaan. Uiteindelijk zijn er maar twee dingen die ik van andere kunstenaars kan leren: vrijheid en toeweiding.

 

‘Heel de wereld’ (inkttekening, 150 x 200 cm)